Haberin yayım tarihi
2009-06-04
Haberin bulunduğu kategoriler

Almacı: 'Europese moslims tussen hamer en aambeeld'..

ESSAY: Tussen islamofobie en islamisme: Europese moslims tussen hamer en aambeeld 

Inleiding


Het eerste wat ik leerde als jong kind, opgroeiend in een islamitisch gezin, is dat het woord islam, vrede, betekent. Salaam Aleikum, vrede zij met u…het werd verschillende malen per dag gezegd tegen bezoekers, kennissen en toevallige passanten. Vrede zij met u.

Hoe ver zij we vandaag verwijderd van deze gedachte, van deze wens? Is deze begroeting enkel een illusie, gebaseerd op louter verbeelding? De islam, zo wordt ons verteld, is toch alles behalve een vredelievende religie? Wie dat niet inziet, kent de eigen religie niet, zo wordt ons aangewreven. En zo kom je in een patstelling: of je bent als moslim vandaag de dag ronduit achterlijk want je kent je religie niet, of je bent extremist. Een tussenweg is niet mogelijk.

En toch presenteer ik mezelf als feministe – een die niet bang is dit woord te gebruiken- als vegetariër en als Belgische met Turks-islamitische roots. Ik heb in mijn puberteit vrijwillig een hoofddoek gedragen, en heb het na mijn zestiende geheel vrijwillig ook afgezet. In beide gevallen met volle overtuiging en goesting. In beide gevallen op basis van hetzelfde boek, in dezelfde familiale omgeving en dezelfde exegese. En af en toe, als ik daar de behoefte toe voel, draag ik hem nog.

Had mijn omgeving het daar moeilijk mee? Ja natuurlijk. Ik sprong namelijk uit de band, was de eerste die dat deed. Het was een herkenningsteken, en een onderdeel van de religieuze praktijk. Maar mijn ouders hebben me niet tegengehouden. Omdat de islam geen onderdrukking toelaat, zo werd me geleerd. Omdat diegene die zich daarmee inlaat, zich zelf een zonde op de hals haalt.

Vandaag de dag hebben we het moeilijk met uiterlijke religieuze tekenen. Ze geven ons een ongemakkelijk gevoel. Mensen die religie als fundamenteel onderdeel van hun leven zien, daar moet toch iets mis mee zijn? Zeker als die tekenen behoren tot een 'vreemde' religie, een die in het Midden-Oosten, maar ook daarbuiten talrijke wantoestanden en misdaden op haar conto heeft staan. Een religie die ons terug wil voeren naar de tijden van voor de verlichting, terug naar de gitzwarte Middeleeuwen.

Het vredelievende aspect in de praktijk is al lang uit het beeld verdwenen. Wie Inch'Allah of Salaam Aleikum hoort denkt aan de wandaden van Al Qaida, aan stenigingen en onthoofdingen, aan terrorisme. Vergeten is het feit dat veruit de meerderheid van de slachtoffers, gewone, vredelievende, moslims zijn. 

Sinds 9/11 is de situatie er niet op verbeterd. Via de media worden dagdagelijks gruwelijke beelden tot in de woonkamer gebracht. Onder het mom van 'vrije meningsuiting',  wordt vervolgens door sommigen elke gelegenheid aangegrepen om 'dé islam' in haar geheel  als extreem gewelddadig, ondemocratisch en staatsgevaarlijk voor te stellen. Haar aanhangers, de moslims, zijn bij voorbaat verdacht, tenzij ze zich bij elk voorval in het Midden-Oosten expliciet distantiëren van het gebeurde. Als ze protest durven uiten tegen de aanhoudende stroom generaliserende beledigingen die ze dag aan dag op hun boterham krijgen worden ze bestempeld als ondemocratisch. Waardoor ze uiteraard, voortdurend in het defensief worden gedreven. In deze tekst wil ik een antwoord bieden aan al diegenen die de volledige moslimgemeenschap willen stigmatiseren. Het is immers meer dan tijd: vandaag vindt maar liefst de helft van de Vlamingen dat de islam geen bijdrage kan leveren aan de Europese cultuur. Haast de helft van de Vlamingen beschouwt islamitische waarden als bedreigend voor onze samenleving of vindt de islamcultuur gewelddadig. Die resultaten zijn betreurenswaardig, maar tegelijk geen verrassing.

Sommige politici maken een parodie van de islam. Dat is een beeld dat ik trouwens ook in de media nog te vaak terugzie. De nuance is totaal zoek.

Wanneer de doelgroep zelf deze onrechtvaardige behandeling aanklaagt, wrijft men hen al snel een slachtoffercultus aan. Hun stem wordt zelden gehoord, en indien ze te luid weerklinkt, ronduit weggehoond. Dit beïnvloedt dan weer de vele gewone burgers die vooral met veel vragen zitten over de islam.

Een dialoog aangaan met andersdenkenden vergt een bijzondere intellectuele en humane inspanning van iedereen. Het ander simpelweg afschrijven als 'intellectueel achterlijk' of 'gewelddadig' is al te gemakkelijk. Met dit essay wil ik diegenen die zich wentelen in het eigen religieuze en sociologisch chauvinisme, zij het vanuit een misplaatst superioriteitsgevoel, vanuit moslimhaat of misschien gewoon vanuit onwetendheid, kiezen voor islamofobie als ideologie, van antwoord dienen.  Nét omdat de verlichting ons vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid heeft geleerd. 
 
Quid islamofobie?
 
Islamofobie is puur wetenschappelijk gezien een term die een overtrokken, ziekelijke angst voor de islam benoemt. Net zoals andere fobieën. Islamofobie is als begrip verwant aan xenofobie, de angst voor alles wat vreemd is. Het manifesteert zich in vooroordelen tegen moslims en een demonisering van hun religie. Dit uit zich in het maatschappelijke leven via het gebruik van fysiek en verbaal geweld, discriminatie en stereotypering.
 
Het begrip ontstond in de jaren '90 als omschrijving van een nieuwe vorm van racisme, die snel opgang maakt. Omdat het 'klassieke' racisme, dat het biologische ras als centraal concept hanteerde, wetenschappelijk als onzin werd gecatalogiseerd; ontstond er een shift van het begrip 'ras' naar 'cultuur' en 'religie'. Beide vormen nu een 'nieuw' determinerend kader van waaruit groepen mensen kunnen worden ingedeeld. Bij islamofobie is 'dé islam' het middelpunt. 
  
De structuur van deze nieuwe vorm van racisme is echter hetzelfde als bij het oude 'klassieke' racisme: het gaat telkens om ideologische constructies die de mensheid opdelen en rangschikken van minderwaardig naar superieur. Net als bij het concept ras, wordt die cultuur telkens gezien als een vaststaand en onveranderlijk gegeven. Net zoals elk lid ervan gezien wordt als iemand die, zowel in zijn denken als in zijn handelen, volledig gedetermineerd wordt door zijn cultuur.
 
Het mag duidelijk zijn dat volgens deze wetenschappelijke definitie islamofobie, net zoals alle andere vormen van racisme, geen onschuldige ideologie is. Het is een zienswijze die ongelijkheid en discriminatie legitimeert en normaliseert. Het gaat uit van het simpele denkbeeld dat iemand met recht en rede als minderwaardig mag worden gezien en behandeld, want: hij of zij behoort nu eenmaal tot een groep die minderwaardig is, zij het op raciale, culturele of religieuze reden.
 
De techniek van de essentialisering en de homogenisering, een vorm van stereotypering waarbij mensen worden gecategoriseerd op basis van wat men beschouwt als hun 'essentie', is hier fundamenteel. Essentialisering gaat uit van de veronderstelling dat deze 'essentie', duidelijk omschrijfbaar is en onveranderlijk in de tijd, en dat het gedrag van de groepsleden determineert. Het impliceert een interne gelijkheid voor de leden van die groep, en een duidelijk verschil met de niet-leden van de groep. (Werbner, 1997)
 
In het geval van de islam wordt er een specifieke, gewelddadige interpretatie van de islam opgelegd als zijnde de essentie van die religie. Er wordt een monolithisch beeld opgebouwd dat zowel de religie als haar leden vervolgens herleid tot de barbarij. De aanslagen van 11 september hebben dit racistische discours versterkt en verder gelegitimeerd. In dit essay wil ik heel specifiek deze ideologische vorm van islamofobie aanklagen. 
  
Islamofobie of islamofobie is twee
 
Het recente ISPO-onderzoek van Swyngedouw en Billiet (2009) geeft aan dat de verdere toename van het aantal moslims in Vlaanderen de volgende jaren tot stijgende spanningen in de maatschappij zal leiden. De onderzoekers geven aan dat er een effectief probleem is met de wijze waarop onze samenleving naar moslims kijkt. Deze houding legt volgens hen een zware hypotheek op de toekomstplannen van de Vlaamse regio. Dit besluit is niet zo verwonderlijk: alhoewel etnisch-culturele minderheden gemiddeld zo'n 10 à15% van onze bevolking uitmaken, en een aanzienlijk deel van deze groep bestaat uit moslims, zien we dat bijna de helft van de respondenten in het ISPO-onderzoek blijk geeft van een islamofobe houding.
 
Laten we wel wezen: hoe betreurenswaardig ook, deze resultaten zijn hoegenaamd niet verbazingwekkend. Al jarenlang blijkt uit verschillende internationale waardenonderzoeken hoe groot de aversie van Vlamingen en Walen tegenover etnische minderheden is. Samen met Griekenland voert België de lijst van meest één van de meest intolerante landen in Europa aan. 
  
De opgang van islamofobie vertaalt zich niet alleen in onderzoeken of in de media, maar ook in dagdagelijkse handelingen en contacten. De experten van het 'European Monitoring Centre on Racism and Xenophobia' stellen in de nasleep van 11 september een opmars van islamofobie in de EU vast. In hun rapport van mei 2002 stellen dr. Chris Allen en Jorgen S. Nielsen van de universiteit van Birmingham, dat moslims uit alle lidstaten van de EU na 11 september 2009 regelmatig het slachtoffer werden van wraakacties. Zowel zichtbare en herkenbare symbolen, als moslims zelf werden hierbij, verbaal en fysiek, aangevallen.
 
Aanhoudende en onbeheerste islamofobie kan leiden tot toenemend extremisme en discriminatie. Een schoolvoorbeeld van de gevolgen van dergelijk discours kan dagdagelijks worden afgeleid uit de hate speech van het Vlaams belang. In een poging de rechterflank te electoraal af te schermen van de NVA en Lijst Dedecker, richt Filip Dewinter zich op een aloude vijand: de vreemdelingenhaat, meer bepaald de haat voor moslims. De haatgevoelens die het Vlaams Belang verspreid zijn echter niet zomaar wat woorden. Het discours is duidelijk: alhoewel de meerderheid van de moslims vredelievend zijn, zijn het niet deze 'gematigde, culturele moslims' die we moeten vrezen; neen het zijn de radicalen, de gewelddadigen, de terroristen, die de moskeeën in handen hebben die voor ons land een sluipend gif betekenen. Overigens wordt meteen geponeerd dat de meeste van deze radicalen hun 'jihad' niet voeren met geweld, maar wel via bekeringen (!), immigratie en via de demografische weg (GVA, 28/02/2009). Kinderen krijgen, legaal immigreren en vrije godsdienstkeuze zijn onder het Belang alvast geen fundamentele vrijheden meer.
 
Ik kan alleen maar vaststellen dat het Belang, omwille van het verliezen van haar legitimiteit rond de Vlaamse strijd aan de NVA, zich nu terug volop richt op haar enige andere electorale bestaansreden: de  vreemdelingenhaat. In de islam heeft ze, zeker na 9/11, alvast de ideale invalshoek. Zoals vanouds zijn de fundamentele rechten van de mens daarbij geen belemmering. Waarmee het ondemocratische karakter van de partij nog maar eens bewezen is.
 
Als het Vlaams Belang het woord neemt over de islam, fronsen velen de wenkbrauwen. Toch zijn er in het gangbare discours in de media en politiek erg veel parallellen te trekken met wat deze partij verkondigd. Eerst en vooral wat betreft de interpretatie van het begrip 'islamofobie' zelf. Er zijn immers nogal wat politici, journalisten en auteurs die het simpele bestaan van dit begrip afdoen als een manier om komaf te maken met elke kritiek op de islam. Een kritiek die volgens hen geen irrationele, maar juist rationele argumenten omvat tegen de islam als religie en als praktijk. Zij zien het gebruik van de term islamofobie dus als de zoveelste politiek-correcte poging om problemen onder de mat te schuiven. Niet alleen de ex-politica Ayaan Hirsi Ali, maar ook auteurs als Wim Van Rooy, Eddy Daniëls, Mia Doornaert en zelfs Geert Van Istendael vallen hieronder.
 
Zij beweren dat de claim van islamofobie de werkelijke argumenten tegen de islam verstikt, wat ultiem zelfs de vrijheid van meningsuiting in het gedrang zou kunnen brengen. Het uiten van kritiek tegen een religie waarvan algemeen wordt gesteld dat ze erg vrouwonvriendelijk is, oproept tot homofobie en tot haat en geweld ten aanzien van niet-moslims, wordt daardoor onmogelijk gemaakt, aldus de kritiikasters van de term. 
  
Wie reageert op de islamofobie wordt daarenboven beschuldigd van het wegmoffelen van de problemen 'in eigen gemeenschap'. Het misbruik van de term islamofobie is aangeboren aan iedereen die er kritiek op geeft, zo lijkt het wel. En inderdaad, hoewel misbruiken zeker bestaan, is het mijns inziens lichtjes paranoïde om elke tegenkritiek meteen te catalogiseren en veralgemenen tot een bewuste strategie vanuit dé moslimgemeenschap.
 
Islamofobie kan volgens sommigen onder hen zelfs geen vorm van racisme zijn, omdat de islam een religie is en geen ras. Volgens diezelfde logica zou antisemitisme dus evenmin een vorm van racisme zijn, joden vormen immers geen apart ras. Racisme heeft echter niets te maken met het bestaan of niet-bestaan van biologische rassen, maar alles met ideeën of ideologische constructies die ongelijkheid normaliseren en trachten verantwoorden - en dus rechtvaardigen- door te verwijzen naar een vermeende, en onveranderlijke groepsidentiteit, zoals reeds eerder aangegeven. De geviseerde slachtoffers fluctueren. Joden zijn vaak het slachtoffer, maar ook zwarten en moslims zijn het slachtoffer van dergelijke ideologische constructies. Momenteel is, om het even cru te stellen, het moslimbashen algemeen in de mode.
 
Laat me duidelijk zijn: er bestaat uiteraard veel gegronde kritiek op de islam. Die kritiek kan zeer zeker kwetsend overkomen, maar evenzeer versterkend. Eerlijk gezegd heb ik veel meer aan gegronde kritiek die me aan het denken zet, dan aan de goedbedoelde steunbetuigingen over hoe goed ik wel geïntegreerd ben, of hoe goed ik wel Nederlands spreek.  Kritiek stemt tot nadenken over de eigen plaats in de samenleving, over de prijs en verantwoordelijk die dat met zich meebrengt, over de standpunten die ik inneem.  

Kritiek en tegenspraak werkt prikkelend, als een stimulans om de eigen positie te verduidelijken voor zichzelf en voor de buitenwereld.  Het helpt individuen zichzelf te ontwikkelen en te positioneren. Moslims, net als eender wie, hebben nood aan dergelijke prikkels om zich te kunnen positioneren binnen de geglobaliseerde samenleving.
 
Kritiek geven is tevens een basisrecht: in een democratie staat het iedereen vrij te zeggen en schrijven over eender welk onderwerp, inclusief de islam en de moslims, wat ze zelf willen. De vraag is vandaag eerder hoe het komt dat vandaag de dag de islam het zo hard moet ontgelden. Waarom hebben geen enkele van de andere minderheden in Vlaanderen een dergelijk slecht imago? Is er sprake van een gegronde angst voor de islam, van een massahysterie, of een regelrechte fobie? 
 
Een analyse van de kritiek op de islam.
 
Kritiek op de islam stelt -zeer terecht- veel nefaste fenomenen aan de kaak: de ongelijkheid tussen man en vrouw, het extremisme en terrorisme; de homofobie; de verdeling van burgers in 'moslims' en 'gelovigen' (en dus goeden) en 'ongelovigen, goddelozen' (de slechten); de claim van openbare ruimtes voor religieuze uitingen en praktijken zoals de hoofddoek, de invoering van eigen rechtspraak en dies meer. 
  
Girls, girls, girls
 
Persoonlijk werd mij steeds geleerd dat dankzij Mohammed een einde werd gemaakt aan de moorden op meisjesbaby's in het verleden. Mij werd telkens geleerd dat in de islam man en vrouw gelijkwaardig zijn, maar andere rollen hebben; dat de profeet positief stond tegenover vrouwen en dat onderwijs voor vrouwen een uitermate hoog aanzien geniet: "stuur ze er desnoods voor naar China!",  zo staat geschreven. Ik had dus een redelijk vrouwvriendelijk beeld van de islam. In een tijd die gekenmerkt werd door het gebrek aan rechten voor vrouwen gaf Mohammed hen een voor die tijd redelijk spectaculaire legale status.
 
Is die status achterhaald? Ja, uiteraard. Net zoals die ook achterhaald is in andere godsdiensten, zoals het Jodendom, het christendom, het hindoeïsme. Elk van hen bevat dezelfde ambiguïteit wat betreft de positie van vrouwen; ze schipperen tussen liberalisme en onderdrukking. En in de patriarchale omgevingen die zowel het Westen als het Oosten kenmerken, is doorheen de traditie de nadruk in meerdere of mindere mate telkens op het onderdrukkende komen liggen.
 
Om duidelijk te zijn: het klopt absoluut dat in de situatie van vrouwen in het Midden-Oosten meestal ronduit erbarmelijk is. Ook ik gruwel van de gedwongen huwelijken, de stenigingen, de zweepslagen, de executies van vrouwen. Net zoals ik gruwel van de positie van vrouwen in Afrika die het slachtoffer worden van het tribale gebruik van besnijdenissen (gelegitimeerd via alle mogelijk manieren, ook via religies) en massale verkrachtingen; of van de vrouwen in India die verbrand worden als de bruidsschat niet snel genoeg betaald wordt; de Chinese meisjes die geaborteerd worden, of diegenen die ontvoerd worden om te huwen omdat door de schaarste aan vrouwen maar geen potentiële bruid gevonden. Of, dichter bij huis: de vele vrouwen die jaarlijks in katholiek Spanje sterven door huiselijk geweld, niet alleen in de kleine dorpjes, maar ook bij gegoede families in de hoofdstad. Ook in vele landen in Zuidoost-Europa hebben vrouwen nog steeds een tweederangsstatus. Ik denk ook aan de vele miljoenen vrouwen die bij ons gedwongen in de prostitutie zitten, in de slavernij van de pornocultuur waar het Westen zich vandaag in wentelt. De een bedekt en negeert, de ander ontbloot en exploiteert. Wie beweert dat het feminisme vandaag geen bestaansreden meer heeft, heeft naar mijn bescheiden mening, niet zo goed rondgekeken.
 
Het antwoord op deze opmerking zal ongetwijfeld zijn dat ik door te vergelijken de ernst van de situatie te veel relativeer. Is de situatie van moslimvrouwen immers niet de slechtste in de hele wereld? Er zijn over de positie van vrouwen wereldwijd zeer veel onderzoeken in omloop. Het is niet eenvoudig om daaruit een evenwichtig overzicht te distilleren. 
  
Het is echter wél duidelijk dat uit het veelvoud aan onderzoeken onmogelijk blijkt om statistisch te bewijzen dat 'de islam' wereldwijd de primaire oorzaak van achterstelling van vrouwen vormt. Daarvoor is er te veel informatie over de slechte positie van de vrouw in zuidelijk Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Oost- en Zuid-Europa; en over de niet-religieuze, tribale elementen van patriarchale culturen.  Het Human Development-rapport van de VN dat jaarlijks verschijnt, maakt dit duidelijk[1]. Dit onafhankelijk opgestelde rapport bevat een uitgebreide reeks aan statistieken, en wordt opgesteld door een uitgelezen team van toonaangevende wetenschappers op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken.
 
Religie blijkt in het meest recente rapport van 2007-2008 geen sterke verklarende factor te zijn. Bij de dertig laagst gerangschikte landen zit precies een moslimland, zijnde Jemen[2]. De lijst van de resterende 29 meest vrouwonvriendelijke landen bevat daarnaast ook nog Oost-Timor, en bestaat voor de rest volledig uit sub-Saharaans-Afrikaanse landen. Vrouwen hebben het volgens deze VN-index slechter in het hindoeïstische en boeddhistische Nepal, Cambodja en Myanmar dan in de strenge moslimstaten in het Midden-Oosten.
 
Het is dan ook essentieel dat we kijken naar de principes van elke religie – onder meer het principe dat mannen en vrouwen gelijk zijn – en die naar onze eigen tijd vertalen. Door die vertaling kunnen we van religies in plaats van een vijand, een tool maken in de strijd tegen vrouwenonderdrukking. Deze strijd is er in eerste instantie een tegen de individuen en structuren die hen onderdrukken, ook bij moslimgemeenschappen in Vlaanderen en België.

'De islam' kan in deze strijd zowel een beperkende factor (elk excuus is handig voor macho's) als een bevrijdende factor zijn. Dit laatste wordt onder andere duidelijk in de opgang van de feministen die zich baseren op de Koran in hun strijd voor gelijke rechten. De vraag is echter of het huidige discours over de onderdrukking van de moslimvrouw wel de emancipatie van de vrouw wil bewerkstelligen of andere - minder nobele - doelen voor ogen heeft.
 
Islamofoben hebben namelijk de niet te stuiten neiging om de realiteit zeer eenzijdig te benaderen. Wie een pleidooi houdt voor contextualisering krijgt de repliek dat in het geval van de islam dit niet kàn, omdat 'de islam niet contextualiseerbaar is, want een echte moslim moet de letter van de koran volgen'. Er wordt dus niet gekeken naar wat er in de islamitische gemeenschappen daadwerkelijk gebeurt, maar telkenmale, en enkel, naar wat de heilige bronnen (zouden) zeggen. Die bronnen worden geacht alle gedrag van moslims te kunnen verklaren. In een dergelijk beeld verworden de gelovigen tot een soort robots, machines die de geboden uit de heilige bronnen steeds weer reproduceren. 
  
Een voorbeeld. Als een autochtone Belg zijn vrouw of kinderen mishandeld, dan gaat het om een ziek individu, die wellicht een slechte jeugd heeft gehad. Als dit gebeurt binnen een moslimgezin, dan is het de schuld van de islam, want daarin staat immers dat de man zijn vrouw mag slaan. Of nog: wanneer een autochtone Belgische man zijn vrouw vermoord omdat ze van hem wil scheiden, spreekt men van een passiemoord.
 
Wanneer een man met Turkse of Maghrebijns-Arabische achtergrond hetzelfde doet, dan is het uiteraard een eremoord, ontstaan vanuit de islamitische tradities en bronnen[3].
 
De vraag is: weten we dat wel zo zeker? Want alle gekheid op een stokje: in het geval van de Belgische man wordt telkens gezocht naar individuele verklaringen, en elk geval afzonderlijk bekeken. Op het moment dat de dader echter een islamitische achtergrond heeft, wordt het interpretatiekader automatisch religieus geïnspireerd. Er is dan hoegenaamd geen plaats meer voor enige verzachtende omstandigheid, voor enige contextualisatie (Zemni, 1999). Nochtans valt in de hele Belgische samenleving geregeld 1 op 5 vrouwen 'van de trap'. De structurele maatschappelijke realiteit van vrouwenmishandeling binnen autochtone gezinnen wordt simpelweg genegeerd, terwijl het bij moslimgezinnen wordt overbenadrukt.

Dit mechanisme voltrekt zich elke dag. Hoe vaak ook gezegd wordt dat dé islam en dé moslim niet bestaan, het lijkt maar geen impact te hebben. Hoe moslims zelf hun religie beleven, hoe ze die zelf interpreteren, wat ze in de feiten doen en laten, het laat ons allemaal koud. De islam is wat wij denken dat het is, punt uit. Wij zijn de experten. Door een monolithisch en onveranderlijk beeld te scheppen van één, onveranderlijke en extremistische versie van de islam, sluit ze de gelovigen op in deze interpretatie, en wordt elke evolutie of contextualisering afgedaan als 'niet werkelijk islamitisch' en dus onzin. Het Westen dringt zichzelf hiermee op als de officiële clerus van een religie die ze zelf niet belijdt.
 
De cognitieve dissonantie bij islamofoben bereikt haar kookpunt in die gevallen waarin een vrouw vrijelijk de keuze maakt om zich te bekeren tot de islam, of tot het dragen van een hoofddoek. Voor islamofoben is het simpelweg niet te plaatsen dat een onafhankelijke, intelligente vrouw uit zichzelf zou kunnen beslissen deel te nemen aan een religieuze praktijk die haar tot tweederangsburger zou maken. Het feit dat vele van deze vrouwen hun hoofddoek, hun religie, als emancipatorisch middel hanteren, is niet van tel. Hun eigen interpretatie wordt afgedaan als onzin, hun eigen beleving genegeerd. Waarmee de zelfverklaarde redders van het feminisme net het tegenovergestelde doen van hetgeen waarvoor ze beweren te strijden: ze ontnemen deze vrouwen hun recht op zelfbeschikking, op hun eigen stem en keuze. De dames van 'Boeh', die opkomen voor het recht op vrije keuze over de hoofddoek, worden op deze wijze netjes geneutraliseerd. 
  
Tegenover de genuanceerde stemmen onder de vrouwen zelf, worden steevast de 'échte, progressieve' stemmen gezet, met als typevoorbeeld Ayaan Hirsi Ali. Zij bevestigd in haar uitlatingen immers het beeld van de islamwereld als een monolithisch blok. In haar visie is het de Koran die aanzet tot geweld en terreur, die vrouwenonderdrukking en –besnijdenis[4] legimiteert. In dit verhaal is er nog nauwelijks ruimte voor enige nuance, de enige mogelijke conclusie loopt immers gelijk met die van de islamofoben: de islam is een achterlijke en onbeschaafde religie. Het is een 'license to kill, torture and oppress' ineens. De Koran is daarbij de bron van alle kwaad. Heeft Ayaan het recht om dit te zeggen? Uiteraard. Maar ze is niet de enige stem die er is.
 
Ik herinner me een Nederlandse documentaire waarin Hirsi Ali contact opzoekt met mishandelde moslimvrouwen in een vluchthuis, om met hen te praten. Al gauw loopt het gesprek uit op discussie, omdat de betrokken vrouwen Ayaan's interpretatie van de islam hoegenaamd niet delen. Zij verwerpen hun religie niet, maar gebruiken het als middel om het aan hen aangedane onrecht net aan te klagen.
 
Door dergelijke genuanceerde stemmen te negeren, te verketteren en uit het debat te weren, en zich te fixeren op enkel die stemmen en voorbeelden die het dominante vrouwonvriendelijke beeld van de islam versterken, wordt uiteindelijk de hele religie op zich ondermijnd. Dat en dat alleen is het eigenlijke doel. Net zoals het bij de oorlog in Afghanistan nooit te doen was om het verbeteren van de erbarmelijke situatie van de vrouwen, is het bij de strijd tegen de islam in eigen contreien helemaal niet te doen om de vrouwen zelf. Erger nog: de blinde fixatie op moslima's helpt om de bestaande structurele ongelijkheden tussen man en vrouw in de eigen gemeenschappen af te bleken. 
  
Een spiraal van geweld
 
Naast het thema vrouwen, is ook het thema extremisme en terrorisme bijzonder populair als lijn van kritiek. Zeker na de aanslagen van Al Qaida in de VS, GB en Spanje. De opkomst van de islam in Europa en de steeds voortschrijdende islamisering in het Midden-Oosten doen in de geesten een link ontstaan die angstaanjagend is.
 
Wie de cijfers bekijkt, moet echter vaststellen dat er nauwelijks verbanden zijn tussen de groeiende zichtbaarheid van de islam in Europa en de vele verschillende manifestaties van het islamisme in de Arabische wereld. Onderzoek wijst namelijk uit dat de groep radicale moslims ongeveer 2% van de hele moslimpopulatie bedraagt (Maly & El Sghiar, 2006). De overgrote meerderheid van de moslims behoort hoegenaamd niet tot de radicale groepen, laat staan de terroristische. 
  
Betekent dit dat we ons geen zorgen moeten maken? Uiteraard niet. Net zoals bij de dodelijke aanval op de crèche in Dendermonde, de moord op Theo van Gogh en de aanslag op Koninginnedag in Apeldoorn heb je maar één losgeslagen persoon nodig om onnoemelijk veel leed te veroorzaken. De essentiële vraag is ook of we hier te maken hebben met "slechts" het werk en de ideologie van individuen, of, of er meer aan de hand is. Is er sprake van een trend onder moslimjongeren waarbij men zich steeds harder, vaker en gewelddadiger tegen de samenleving af gaat zetten?
 
Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het belangrijk om radicaliserende groepen en personen in het oog te houden, en ook de oorzaken van die radicalisering. Niet in het minst omwille van de moslims zelf: zij zijn in de feiten immers zelf het grootste slachtoffer van gevaarlijke vormen van radicalisering. Het is dus aanbevolen de contexten van die radicaliseringen goed te monitoren, en een onderscheid te maken tussen de verschillende uitingsvormen. Op die manier kan een efficiënte en goed gerichte strijd worden gevoerd tegen die krachten die het democratisch bestel bedreigen zonder daardoor hele groepen te stigmatiseren.
 
Daarvoor is het nodig een eerste onderscheid te maken tussen de groep pragmatische moslims, de grootste groep, en meer fundamentalistische moslims. Pragmatische moslims integreren hun geloofsovertuiging in de westerse samenlevingen en onderschrijven de principes van de democratie. Ze staan daarmee aan de wieg van een 'Europese' islam (zie ook lager). Voor hen betekent de term 'jihad'[5], een innerlijke strijd tegen de eigen driften en tegen het kwade in zichzelf. Ze zijn gericht op betrokkenheid bij en participatie in de westerse samenleving (Slootman & Tillie, 2006). Fundamentalistische moslims daarentegen ervaren hun religie meer als een vorm van collectief verzet of strijd tegen de westerse samenleving en haar "ongelovigen". Voor deze groep betekent de 'jihad' eerder een strijd tegen die ongelovigen met als ultieme bedoeling hen te bekeren (Oosterhoff. In: Klein, E., 2006). Het is onder deze groep dat sommigen nog verder gaan en de 'strijd' soms letterlijk wordt gevoerd, en dus een gewelddadige en terroristische vorm aanneemt.
 
Radicalisering is geen genetisch of cultureel bepaalde eigenschap. Het is een maatschappelijk gegeven dat vele variaties kent en nooit zomaar ontstaat. Er is telkens sprake van een sociaal-economische voedingsbodem voor frustraties en onvrede, dat een persoon doet verwijderen van de samenleving. 
 
Voorbeelden ervan vindt men terug in de sloppenwijken van Zuid-Amerika, onder de blanke bevolking in het Zuiden van Amerika, in de banlieues van grote steden in Frankrijk… De woede van de jongeren met uitzichtloze toekomst, keert er zich tegen alles en iedereen, niet in het minst de eigen gemeenschappen.
 
De universele voedingsbodem voor het zogeheten moslimextremisme en –terrorisme blijkt in de praktijk dan ook bitter weinig met religie te maken te hebben, maar alles met die woede. De religie wordt gebruikt als schaamlapje, om de politieke- en machtsoverwegingen die achter het terrorisme zitten, te maskeren. Over het algemeen wordt in de media daarom zelden de link tussen religie en terrorisme aangehaald.
 
Enkel het terrorisme in het Midden-Oosten of bij moslimgemeenschappen draagt duidelijk de link met de religie. En dat is bizar. Toen de IRA destijds claimde te vechten voor het katholicisme, was er geen enkele reporter die sprak over katholiek terrorisme. Net zoals niemand het ook maar in zijn hoofd haalt om de wandaden van Joseph Kony, leider van het Oegandese 'verzetsleger van de heer' dat massaal kindsoldaten inzet in de strijd, toe te schrijven aan de Bijbel. Nochtans kan hij uren uit het Nieuwe Testament debiteren.
 
Wat te denken ook van the Army of God, een gezelschap van christelijke terroristen in de Verenigde Staten, of de extremistische kolonisten in Israel? Toevallig of niet is er voor dit soort groepen en hun religieuze inspiratie in de media veel minder aandacht. Laat het duidelijk zijn: het gaat telkens om groepen radicalen en criminelen die de religie misbruiken, overal ter wereld. Het gaat hier dus hoegenaamd niet om religie, het gaat om politiek. En jammer genoeg is er in het Midden-Oosten op politiek vlak nog heel wat om over te vechten.
 
Hoe het komt dat terreur die door 'moslims' wordt gepleegd dan wel als een religieuze daad wordt gezien? Opnieuw duikt hier een politieke reden op. Wie alles op religie kan schuiven, hoeft het eigen aandeel in de situatie niet onder ogen te zien[6]. De Taliban en Al Qaida zijn troepen die getraind zijn door de Amerikanen, die in hun strijd tegen de Sovjetunie, alles behalve het belang van de gewone bevolking voor ogen hielden. Ook Saddam Hoessein werd gesteund en bewapend door het Westen. Amper een week na de gifgasaanval op de Koerden, die door het Westen zwaar werd veroordeeld, ontving hij alweer geld van de VS. 
  
Het persoonlijke is politiek
 
Terrorisme is politiek. Het volgende argument van islamofoben is simpel: ook de islam is politiek. En ook de politiek van de islam is eenvoudig: ze is erop gericht via gewelddadige actie anderen te onderwerpen. De geschiedenis van de islam is op dat vlak echter niet eenduidig. Ze wordt gekenmerkt door periodes van oorlog, inderdaad, maar ook door vrede en het streven naar stabiele besturen. Tijdens zijn leven heeft Mohammed de Arabische wereld effectief mede via militaire weg onder islamitisch bestuur gebracht. Deze gevechten hadden als doel de verschillende stammen te verenigen en zijn geloofsgemeenschap te verdedigen. Ze kwamen er ook pas nadat zijn volgelingen op grote schaal voor hun overtuiging werden vervolgd en gemarteld. Verdediging is ook de enige vorm van geweld die door de Koran wordt toegestaan.
 
In de gouden periode van de Abassiden in de Middeleeuwen beschermden de islamitische heersers joden en christenen. Het gouden tijdperk van de islam was ook voor kunst en wetenschappen een zegen. En net zoals de islam kent ook het christendom een verleden van geweld, met haar kruistochten en inquisitie, maar ook van vredevolle periodes.
 
De islam reveleert in haar geschiedenis dus opnieuw dezelfde ambiguïteit als het christendom. Gewelddadige moslimradicalen putten enkel inspiratie uit de aspecten van de Koran en het leven van Mohammed die hun zienswijze ondersteunen. Er is geen ruimte voor contextualisatie en kadering, want zij verwerpen, zoals reeds eerder gezegd, de exegese. Dit illustreert enkel hoe bewust eenzijdig hun beeld is.
 
De islam als 'de weg van het midden' bestaat voor hen niet. Net zoals alle gewelddadige extremisten in andere religies. Of, zoals Karen Armstrong (2007) het verwoord: "Zoals joodse fundamentalisten graag dat stuk uit de thora halen waarin God zegt: 'verdrijf de mensen die in dit land wonen', en wetten negeren als 'eer uw naaste'."
 
Dat allemaal op basis van dezelfde bronnen. Dit toont zeer duidelijk aan hoe belangrijk de interpretatie en instrumentalisatie van de religie en haar bronnen wel zijn. Simpel gezegd: als de islam een in essentie gewelddadige religie is, dan zou de geschiedschrijving ook eerder eenzijdig zijn. Nochtans zien we dat het wahabisme, de fundamentele conservatieve stroming die de staatsgodsdienst is in Saoedi-Arabië, pas ontstond in de 18e eeuw. De takfiri-stroming, een (nog) extremere variant van het wahabisme waar onder andere Osama Bin Laden een aanhanger van is, is nog veel recenter. De takfiri staan voor een rigoureuze toepassing van de Koran en de sharia, zonder enige interpretatiemogelijkheid, en zonder de geschiedkundige exegese van de islam te erkennen. Andersdenkende moslims zijn voor deze groep automatisch vijanden en ketters, die met geweld mogen bestreden worden. Daarvoor zijn de takfiri bereid zelfs in te gaan tegen bepaalde fundamentele principes van de koran, zoals bijvoorbeeld het plegen van zelfmoord voor zelfmoordaanslagen. 
 
Omdat de takfiri zich het recht aanmeten om te bepalen wie ketter is, zien we dat de voornaamste slachtoffers van deze stroming de 'gewone' moslimgelovigen zijn. Veruit het merendeel van de onthoofdingen, aanslagen, martelingen en terroristische aanslagen gebeurt op de gewone bevolking, die aanhangers zijn van de meer gangbare stromingen van de religie.
 
Het gewelddadige karakter dat sommigen als inherent aan de islam toeschrijven, is dus helemaal niet zo eenduidig aanwezig: noch de geschiedenis, noch de huidige belevingsvormen van de islam  vormen hiervoor een sluitend bewijs. In een poging om toch hun islamofobie tegen de volledige moslimbevolking te rechtvaardigen, wordt zeer ver gegaan: er worden optelsommen van gewelddadige incidenten gemaakt, interpretaties van soera's gegeven waarbij deze gefileerd worden en gescreend op hun gewelddadige inhoud. Excessen in de geschiedenis worden tot norm verheven[7].
 
De islamofoben delen uiteindelijk dezelfde eenzijdige visie op deze religie als hun terroristische tegenhangers, zij het een ander doel. De een wil het zien verdwijnen, de ander wil het zien triomferen. De strijd tussen deze beide groepen en de overtuiging van hun grote gelijk brengt de moslimbevolking, zowel hier als in het Midden-Oosten, tussen hamer en aambeeld.
 
Tussen twee stoelen

Moslims in Europa vallen vandaag de dag tussen twee stoelen. De 98% niet-geradicaliseerden willen zich niet associëren met de terroristische strijd die door de Takfiri (Al Qaida, Taliban…) gevoerd wordt. Ze worden vanuit de Westerse samenleving echter continu rekenschap gevraagd voor de misdaden die deze eersten plegen. Daarbij wordt van hen verwacht dat ze zich neerleggen bij het gewelddadige en vrouwonvriendelijke beeld van 'dé islam' zoals dat door de islamofoben wordt uitgetekend. Erger nog, eigenlijk wordt van een 'inheemse' moslim verwacht dat die zijn of haar geloof met de grond gelijk maakt. Alleen zeggen dat het extremisme verkeerd is, enkel de gewelddadige en ondemocratische uitingen ervan afzweren is niet voldoende. In de hoofden van de islamofoben zijn enkel die moslims die hun religie volledig afkraken, 'goede' moslims. Een goede moslim is voor hen dus enkel diegene die zich volledig afkeert van de islam. Paradoxaal genoeg kan dus enkel wie zijn geloof openlijk aanvalt en afvalt, en dus wie geen moslim meer is, nog een goede moslim zijn.
 
Wie een genuanceerd beeld wil geven, is bij voorbaat verdacht. Wie het stereotype beeld doorbreekt is immers bedreigend voor het monolithische beeld waar zij zich op baseren. Deze personen worden snel geneutraliseerd door ze te bestempelen als te nauw betrokken en dus bevooroordeeld.
 
Ze zijn met andere woorden niet in staat tot echte kritiek op de islam, aldus de islamofoben. Dat elk van hen uitingen zijn van de interne diversiteit binnen de moslimgemeenschappen wordt genegeerd, omdat dit het stereotype beeld dat men ophangt van die religie doorbreekt. Een moslim kan nooit een 'goede' zijn tenzij hij ook altijd zijn of haar medemoslims bekritiseert. Daar en dan verwordt kritiek tot islamofobie: op het moment dat enkel die kritiek nog wordt  aanvaard die totaal is, en in realiteit niks anders meer omvat dan een hoop stereotyperingen en veralgemeningen. 
 
Dit discours blokkeert de ontwikkeling van een Europese islam. Door simpelweg elke discussie en dialoog te fnuiken worden jonge moslims gehinderd in hun emancipatie en zelfontwikkeling. Ze worden geconfronteerd met een verpletterende beeldvorming die van hen eist zich neer te leggen bij het dominante beeld zoals dat door de islamofoben werd uitgetekend.  Er wordt hen voortdurend ingepeperd dat hun geloof niet compatibel is met de principes van de democratie.
 
Wie heeft het recht om te definiëren wat de islam inhoudt? Bij afwezigheid van een officiële clerus en 'kerkinstituut' is elke moslim verplicht deze oefening voor zichzelf uit te voeren. Net omdat er geen clerus bestaat, is het absurd volledige geloofsgemeenschappen die vreedzaam (willen) leven binnen de grenzen van de democratische rechtstaat, hun interpretatie van hun religie te ontnemen. We zien ook dat jonge moslims effectief steeds vaker zelf bepalen op welke wijze ze hun religie willen belijden. Via internetfora brikoleren ze zelf hun geloof, net zoals vele jonge christenen dat doen. De ontstentenis van een orgaan dat de inhoud en praktijk van de religie vastlegt uittekent, speelt echter ook in de kaart van de islamofoben. Zij negeren de 98% vredelievende moslims, en richten zich op de extremen. Opnieuw gebeurt dit enkel bij de islam. Vandaag de dag woedt dus, meer dan ooit, de strijd wie het recht heeft om te spreken in naam van de moslims en moslima's die hier leven.
 
Wie zich democraat noemt, zou juist volledig het recht op vrijheid van religie en van interpretatie van die religie voor moslims moeten verdedigen. Vandaag de dag zien we echter dat net die vredelievende groep moslims, de grootste groep in ons land, door zelfverklaarde hoeders van de democratie worden bestempeld als achterlijk. Simpelweg omdat het monolithische beeld dat deze groep islamofoben van de islam hanteert, oneindig vloekt met de wijze waarop de hieraanwezige moslims hun religie in praktijk brengen en beleven. Voor hen zijn zij een zwijgende massa, die de eigen religie niet kent.
 
De zichtbaarheid van islam in Europa is geen teken van fundamentalisme maar is in de allereerste plaats de voorbode van wat men een "Europese islam" kan noemen (Zemni, 1999). De zichtbaarheid van islam wordt vooral gedragen door de tweede en derde generatie van moslims die hier werden geboren of wonen. Het vormt het bewijs dat ze zich thuisvoelen in Europa. Het is ook een vraag naar erkenning. Ze vragen erkend te worden als volwaardige burgers, die beroep mogen doen op de vrijheid van religie en cultuur. Ze aanvaarden en promoten de democratie, en willen een leven uitbouwen binnen de grenzen van de rechtsstaat. Voor hen is de hamvraag, zoals de Meiden van Halal het in Phara (VRT, 12/03/2009) zo mooi verwoorden: kunnen wij in dit land samenleven? 

David en Goliath
 
Deze stemmen, hoe pertinent ook, worden vaak simpelweg geklasseerd. Net zoals de vele veroordelingen door moslims van geweld gepleegd in naam van de islam, de pogingen om via evenementen bruggen te bouwen tussen gemeenschappen, de schriftelijke bijdragen van moslim- en Belgisch/Maghrebijnse intellectuelen zoals in het boek 'Breek de stilte': het verdwijnt allemaal in een grote vergeetput.
 
Wie niet vergeten wordt, is diegene die zijn protest tegen het geweld niet luid genoeg laat horen. Het zijn zij die opvallen, het zijn zij die gevaarlijk zijn volgens de buitenwereld. In de ogen van de islamofoben keuren zij de vele misdaden die in naam van die religie gepleegd worden, immers automatisch goed. En dat vormt vervolgens de basis voor een 'gegronde angst'. Eerst wordt een beeld van de zwijgende massa opgetrokken, dat vervolgens wordt geïnstrumentaliseerd door het te interpreteren als een impliciete goedkeuring van de gebeurtenissen. Wie zwijgt, gaat akkoord. Ook wie op vraag geen verklaring kan geven aan het gebeurde, is mede verdacht. Islamofobie wordt hierdoor genormaliseerd, het is immers gebaseerd op een reële angst: die voor grote massa die onvoorspelbaar is, de wandaden niet afkeurt en heimelijk complotten smeedt.
 
Tegen elk sociologisch onderzoek in worden moslims daarbij afgeschilderd als zijnde oppermachtig. Dit hysterisch beeld staat echter in schril contrast met de realiteit. Moslimsgemeenschappen in Vlaanderen behoren meestal tot etnisch-culturele groepen met de hoogste armoedegraad en de laagste scholings- en arbeidsgraad. Hun cijfermatig aandeel in de bevolking is verder beperkt tot zo'n 5% van de bevolking. De oppermacht van de moslims in Vlaanderen blijkt in de feiten een illusie. Ook de moslimlanden in het Midden-Oosten hebben op internationaal vlak nauwelijks politieke of militaire macht. Israel en de VS overvleugelen deze landen op die vlakken met gemak. Het bezit van oliebronnen is ook geen
 
voordeel gebleken: wie te sterk ingaat tegen de Amerikaanse belangen, wordt hiervoor gestraft. Dat is overigens de reden dat de VS de oorlog in Irak begonnen is.
 
Het idee dat ons land, Europa en het Westen in het algemeen bedreigd wordt door een oppermachtige islam is niet nieuw. Al sinds de middeleeuwen draagt Europa deze angst met zich mee. Nochtans heeft de islam in Europa altijd al bestaan. Denk aan de gouden eeuw in Spanje, de islam in de Balkanlanden… In weerwil van deze feiten wordt de islam door velen echter nog steeds gezien als een 'vreemd' lichaam, als negatie van alles wat Europees is: de democratieën, de mensenrechten, de verlichting…Het wordt daarbij gelinkt aan totaal tegenovergestelde concepten als terrorisme en barbarij. Het gebrek aan democratie en de wijdverspreide schendingen van mensenrechten in het Midden-Oosten worden dus als exemplarisch voor de islam gezien. Dat maakt voor islamofoben de islam onverenigbaar met Europa. Het vooroordeel hier is dat de islam wordt gezien als de enige verklarende factor voor deze situatie, terwijl de meeste van de regimes in deze regio's simpelweg ondemocratisch zijn. 
 
De oorzaken van het geweld liggen net in de wankele politieke situatie van die regio, waar verschillende groepen in de bevolking weerstand bieden tegen de oude autoritaire machtsregimes. De lokale, historische en specifieke oorzaken ervan worden in de dagdagelijkse beeldvorming echter nauwelijks meegenomen. Door te focussen op de islam als bron van alle kwaad wordt de eigen verantwoordelijkheid en rol in de totstandkoming van die politieke situatie vakkundig geëvacueerd. Weg het verhaal van westerse wapenhandel, bewapening, training en sponsoren van milities, het vormen van oliedeals en het plaatsen van raketten. De weigering van contextualisering is dan ook een rode draad bij islamofobie. 
  
Gekleurde beelden

Wie problemen heeft met het heersende negatieve beeld van de islam, moet zijn marketing beter verzorgen, zo horen we wel eens. De verantwoordelijkheid van de negatieve beeldvorming wordt hierdoor eenzijdig bij de moslims gelegd. De media en de politici, die nochtans een zeer groot aandeel hebben in de constructie van dat beeld, moeten geen rekenschap afleggen. Moslims worden zo telkens weer in het verdomhoekje geduwd, ze worden verplicht om zich verwant of op zijn minst verantwoordelijk te voelen voor terroristische daden in naam van de islam. Overigens is het cynisch dat wie dit in de ogen van de islamofoben dan weer te vaak of te luidkeels doet, afgeschilderd wordt als een persoon met foute loyauteiten. Als allochtone politica heb ik meermaals mogen vernemen dat 'we' allemaal nog te nauw verbonden zijn met 'daar', terwijl je keer op keer wordt gedwongen rond gebeurtenissen in het Midden-Oosten, ongeacht je etnisch-culturele achtergrond, te reageren. Wie niet reageert is verdacht, want zwijgen is instemmen; wie te vaak reageert, is ook verdacht want is nog te zeer gericht op de landen van herkomst. In dit soort discours heeft elke moslim, elke allochtoon altijd verloren. 
  
De islam aanvallen is tegenwoordig dan ook bon ton, het slachtoffer kan zich toch niet verweren en het is het ideale mechanisme om sociaal-economische realiteiten, en dus de eigen verantwoordelijkheid in de situatie, te vergeten. Wie de cijfers bekijkt kan alleen maar vaststellen dat er een structureel probleem is van discriminatie en racisme. Door echter eenzijdig de nadruk te leggen op de plichten en tekortkomingen van moslims, en op het etnisch-religieuze aspect, wordt de aandacht van die onaangename feiten weggehaald. Vandaar dat ook politici zich regelmatig laten verleiden tot islamofobe uitspraken. En meer dan eens laten ze zich daarbij verleiden tot het overschrijden van de zo dierbaar gehouden scheiding tussen kerk en staat. Daarbij is er duidelijk een duidelijk verschil in behandeling. Radicale imams worden (terecht) verketterd, terwijl homofobe bisschoppen afgedaan worden als zielige betekenisloze figuren in de marge (bvb: een bisschop!). Elk jaar wonen vooraanstaande politici het Te Deum bij dat nog steeds in de kerk wordt gevierd, in aanwezigheid van de kardinaal. Er zijn nog steeds rechtbanken waar kruisen hangen. Moslims krijgen advies over de wijze waarop ze hun offerfeest het best vieren, in welke taal ze hun religieuze praktijk het best beleven, en zelfs aan welke goede doelen ze hun geld zouden kunnen besteden.
 
In democratieën is het aan de politiek om de plaats van religie in de maatschappij te bepalen. Elk verschil in behandeling tussen erkende godsdiensten is nefast, want creëert ongelijkheid. Zolang religies de democratische principes van de rechtstaat onderschrijven en naleven, is het aan de politiek om over de gelijke behandeling van elke gelovige te waken.
 
Naast het feit dat sommige politici verzuimen hun verantwoordelijkheid op te nemen, zien we dat ook in de media de beeldvorming onevenwichtig is. Idealiter is elke berichtgeving correct en neutraal, in de realiteit zien we echter dat negatieve en eenzijdige berichten domineren. Dit mechanisme geldt niet enkel wat betreft de islam, goed nieuws is immers geen nieuws, maar de fixatie op de negatieve aspecten van de islam heeft ernstige gevolgen. Vele Vlamingen hebben in hun dagelijkse leven nauwelijks contact met etnisch-culturele minderheden, of met moslims. Ze bouwen dus via de media een beeld op van deze groepen. De dagelijkse berichtgeving uit het Midden-Oosten laat wat dat betreft weinig aan de verbeelding over. Het feit dat het merendeel van de moslims ook maar gewone mensen zijn, met dezelfde angsten en wensen als zijzelf, krijgt binnen de berichtgeving weinig ruimte. Het is dus niet verwonderlijk dat een op twee Vlamingen rapporteert angst te hebben van de islam. Net zoals het verklaarbaar is dat jongeren over het algemeen positiever staan tegenover deze religie: zij zijn opgegroeid met moslimjongeren. Uit het onderzoek blijkt eveneens dat Vlamingen de moslims die ze kennen, catalogiseren als een positieve uitzondering. Het brengt echo's terug van het verleden, waarin alle allochtonen slecht waren, buiten de eigen buur.
 
Werkelijk contact met minderheden nuanceert dus het eenzijdige beeld dat mensen hebben via het spel van de media. Maar het 'goed nieuws is geen nieuws-'verhaal verklaart niet alles. Hoe komt het dat bij de rel rond de Deense cartoons we wekenlang debatteerden over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, terwijl de controverse rond het kunstwerk 'Entropa' van de Tsjech David Cerný in een gebouw van de Europese commissie, veel minder aandacht krijgt?
 
Idem voor wat betreft de hysterische en racistische reacties rond de moord op Joe Van Holsbeeck: alle registers werden opengetrokken om de moslimgemeenschappen met de vinger te wijzen, totdat de dader een Pool bleek. Er kwam echter geen woord van excuses, wie dat nog maar opperde, werd zelf door de mangel gehaald. Onwillekeurig ben je als moslim al opgelucht dat bij vreselijke incidenten zoals de aanslag op het kinderdagverblijf in Dendermonde, de dader geen moslim of allochtoon is, maar gewoon een 'autochtoon'.
 
Er is dus meer aan de hand dan alleen maar 'goed nieuws-geen nieuws'. Het debat en de houding van een deel van de pers leiden al te vaak tot een verdere banalisering van islamofobie. In naam van de vrijheid van meningsuiting mag en moet alles op de korrel kunnen genomen worden, beledigen, stigmatiseren en verbaal geweld worden de norm. In naam van de vrijheid van meningsuiting wordt dagelijks verbale geweld aan het adres van de moslimbevolking (en ook anderen) gerechtvaardigd. De hoeveelheid bagger die dagdagelijks via pers en media over de hoofden van moslims uitgegoten wordt, begint toch wel al aardig op mobbing te lijken, eerder dan op een gegronde poging tot dialoog en discussie. Het lijkt steeds meer op een dovemansgesprek, waarbij geen van de twee partijen 
  
nog blijk geeft van een luisterend oor of een open en zelfkritische geest. Is dit werkelijk de goede weg?
 
De negatieve perceptie over moslims en het heersende politieke klimaat leiden tot een verruwing in het debat. Het hele debat rond de vrije meningsuiting wordt daarbinnen misbruikt om vooral op te komen voor de eigen stem. Veel van de zelfverklaarde redders van de vrije meningsuiting hebben er daarom moeilijkheden mee als anderen iets doen of zeggen wat hen niet zint. Neem bijvoorbeeld het Vlaams Belang, dat klacht heeft neergelegd tegen bijvoorbeeld de toneelaffiche van de 'Madonna met de blote borst', tegen de auteurs van het boek 'het gevaar Demol', tegen cartoonisten als Ilah en Gal… Zelfs de zelfverklaarde hoeder van de 'freedom of speech', Jurgen Verstrepen, diende reeds klacht in tegen Marie-Rose Morel. Wat te denken ook van de klacht van De Wever tegen Le Soir? Een klacht die er nota bene kwam,  één dag nadat ik in een debat voor de HVV, van de NVA- jongerenvoorzitter te horen kreeg dat  het recht op vrije meningsuiting voor zijn partij hoegenaamd geen grenzen kent…
 
Wat er gaande is, is een heus machtsgevecht, tussen de extreem-rechtse onderstroom die de etnisch-culturele minderheden wil dwingen tot assimilatie en die minderheden zelf, die het recht op eigenheid en respect daarvoor tot inzet maken van het debat. Om het pleit te winnen wordt gevochten voor het vrijelijk mogen uiten van racistische discours; racistische denkbeelden en uiteindelijk racisme zelf. Een discours dat 'dé islam' a priori bestempelt als achterlijk, minderwaardig en bestrijdenswaardig. Een discours dat ervoor wil zorgen dat veralgemeningen, stereotyperingen en ongenuanceerde berichtgeving de bovenhand krijgen. Wie in een dergelijk kader islamofobie ook maar durft aankaarten als een reëel probleem, als een gevaarlijke vorm van racisme, krijgt een veeg uit de pan. De realiteit wordt op zijn kop gezet: vanaf heden ben je intolerant als je islamofobie bestrijdt.
 
Het mag vandaag bijna niet meer gezegd worden, maar toch: elk fundamenteel mensenrecht heeft een grens. Het recht op vrije godsdienstbeleving laat niet toe dat mensen geweld plegen in naam van hun geloof, of de democratische principes van onze staat ondermijnen. De Belgische wet geldt voor iedereen en wie deze overtreedt wordt gestraft, autochtoon of allochtoon. Het recht op vrije meningsuiting laat niet toe om racisme of haat te prediken en groepen tegen elkaar op te zetten. In enkele recente beslissingen heeft het Europees Hof duidelijk gemaakt dat het aanzetten tot vreemdelingenhaat, niet valt onder de bescherming van de politieke expressievrijheid, zoals gesteld in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Raad van Europa heeft daaromtrent zelfs een specifieke Verklaring opgesteld  (Freedom of political debate in the media, 12 februari 2004) dat nog eens extra benadrukt dat "the freedom of political debate does not include freedom to express racist opinions or opinions which are an incitement to hatred, xenophobia, antisemitism and all forms of intolerance".
 
Deze beperking betekent hoegenaamd niet dat het uiten van kritiek onmogelijk wordt, wel dat het misbruiken van het publieke debat om islamofobie aan te wakkeren niet valt onder de vrije meningsuiting. 
  
Islamofobie is daarbij een vorm van xenofobie, waarbij het doembeeld van een soort complot van de 'oppermachtige islam tegen het Westen' wordt opgeroepen. De angst voor die religie wordt genormaliseerd en voorgesteld als feitelijk gegrond. Waarmee het niet langer als racisme mag worden gecategoriseerd…
 
Feit blijft dat ondertussen meer dan de helft van de Vlamingen gelooft dat de waarden en normen van de Islam niet compatibel zijn met die van de Vlaamse maatschappij. Ervan uitgaande dat onze beleidsmakers de fundamentele mensenrechten niet willen schenden, blijft er maar een vraag: hoe gaan we ervoor zorgen dat moslims hun religie kunnen beleven zonder dat dit als problematisch wordt ervaren door de rest van de bevolking?
 
Deze vraag verwerpen heeft verregaande implicaties. Deze vraag verwerpen betekent aangeven dat moslims zijn een tikkende tijdbom vormen in onze samenleving. Vredig met moslims samenwonen is een illusie, hun geloof is gericht op geweld en onderwerping van andersgelovigen. In feite zeg je dan dat er geen ander alternatief is dan het verbieden van de islam, en het weren van moslims. Te beginnen in eigen land, maar, in de naam van de menselijkheid, best in heel de wereld. Een keuze voor geweld, verkocht als verdedigingsstrategie.
 
In zo'n visie is geen ruimte voor compromissen, voor dialoog, voor interculturaliteit. Allemaal politiek correcte prietpraat, en gevaarlijk bovendien. Men kan pas gerust zijn als er geen moslims meer rondlopen. Ik daag de islamofoben uit om de gevolgen van hun discours klaar en duidelijk uit te leggen. Op wat voor scenario zijn ze werkelijk uit?
 
Het mag duidelijk zijn: het moslimbashen vormt niet louter een probleem voor moslims, maar voor iedereen die in democratie gelooft. De vraag naar hoe we omgaan met de islam en met haar aanhangers is in essentie namelijk een vraag naar welke toekomst we willen als democraten in de huidige, kosmopolitische maatschappij.
 
De hele hetze rond de islamofobie die nu het debat domineert, verhult de werkelijke vragen waarmee onze gemengde samenleving zich zou moeten bezighouden. Wat voor toekomst willen we? Een dictatuur van de meerderheid of een democratisch project waarin iedereen zijn gading kan en mag vinden, zonder bij voorbaat als verdacht te worden bestempeld. 
 
Meyrem Almacı
Federal Milletvekili/Groen

Son Haberler

Hits: [srs_total_pageViews] Visitors: [srs_total_visitors]
Copyright © GUNDEM.be
Site içeriği ve dizaynın tüm hakları GÜNDEM.be websitesine aittir.
Kopyalamak ve izinsiz kullanmak kesinlikle yasaktır.